Wat kost elektrisch rijden per kilometer? Thuisladen, publiek laden en snelladen doorgerekend
Elektrisch rijden is per kilometer voordeliger dan benzine. Dat hoor je vaak, maar het klopt alleen als je weet waar je laadt. Tussen een kWh uit je eigen laadpaal en een kWh bij een snellader langs de snelweg zit al snel een factor drie. Wat kost een kilometer elektrisch nu echt?
De berekeningen in dit artikel gaan uit van een gemiddeld verbruik van 18 kWh per 100 kilometer. Dat is een realistische waarde voor een middelgrote elektrische auto over een heel jaar, inclusief winterritten met verwarming aan. Een zuinige compacte auto zit lager, een grote SUV hoger.
De drie manieren van laden
Elektrische rijders laden grofweg op drie plekken. Elke plek heeft een eigen prijsniveau.
- Thuis, met je eigen laadpaal. Je betaalt je gewone stroomtarief, inclusief energiebelasting en btw. Met een vast contract ligt dat in 2026 meestal rond de 25 tot 30 cent per kWh.
- Bij een openbare laadpaal in de wijk. Hier betaal je het tarief van de exploitant plus eventueel een opslag van je laadpasaanbieder. Reken op 45 tot 60 cent per kWh.
- Bij een snellader. Handig onderweg, maar het hoogste tarief: vaak 60 tot 80 cent per kWh zonder abonnement.
Wat kost een kilometer?
Met 18 kWh per 100 kilometer is de rekensom eenvoudig. Een overzicht per laadplek:
- Thuisladen à € 0,28 per kWh: € 5,04 per 100 km, ofwel ongeveer 5 cent per kilometer.
- Openbaar laden à € 0,52 per kWh: € 9,36 per 100 km, ruim 9 cent per kilometer.
- Snelladen à € 0,69 per kWh: € 12,42 per 100 km, ruim 12 cent per kilometer.
Ter vergelijking: een benzineauto die 6 liter per 100 kilometer verbruikt, kost bij een literprijs van € 1,95 zo’n € 11,70 per 100 km. Wie vooral snellaadt, rijdt elektrisch dus niet per se voordeliger dan met benzine. Het voordeel zit in thuisladen.
Het verschil tussen thuisladen en snelladen is groter dan het verschil tussen elektrisch en benzine.
Thuisladen kan nog voordeliger
Thuis heb je twee extra knoppen om aan te draaien die je onderweg niet hebt.
1. Laden op het juiste uur
Met een dynamisch energiecontract betaal je per uur of per kwartier de marktprijs. Die verschilt binnen een dag enorm. In september 2026 kostte een kWh, inclusief belasting en btw, op zonnige middagen in het weekend soms maar 13 cent, terwijl de avondpiek rond 19.00 uur geregeld boven de 40 cent uitkwam. Op 22 september liep het om 19.00 uur zelfs op tot ruim 80 cent. Wie de auto laat laden op de uren met de laagste prijs, kan zo 8 tot 12 cent per kWh besparen ten opzichte van een vast tarief. Wie de stroomprijs per uur bijhoudt, ziet het patroon snel: midden op de dag en diep in de nacht zakt de prijs, aan het eind van de middag loopt hij op.
2. Geld terug per geladen kWh
Sinds 1 januari 2026 telt thuisladen mee voor ERE-certificaten. Brandstofleveranciers moeten hun uitstoot compenseren en kopen daarvoor bewijzen van schone energie in vervoer. Een kWh die je thuis laadt met een laadpaal met een geijkte MID-meter, levert ongeveer een derde ERE op. Bij de marktprijs van oktober 2026 (39 cent per ERE) is dat zo’n 13 cent bruto per kWh, en na de commissie van de inboekdienstverlener rond de 10 cent netto. Hoe dat werkt en welke laadpalen geschikt zijn, staat in deze uitleg over de ERE-vergoeding voor thuisladen.
Alles bij elkaar
Zet je beide knoppen om, dan verandert de rekensom flink. Een voorbeeld voor iemand die 15.000 kilometer per jaar rijdt en 80 procent thuis laadt:
- Thuis geladen per jaar: ongeveer 2.160 kWh.
- Bij een gemiddelde dynamische laadprijs van 20 cent per kWh: € 432.
- Min de ERE-vergoeding van rond de 10 cent per kWh: ongeveer € 225 terug.
- Netto kosten thuisladen: zo’n € 207 per jaar, of nog geen 2 cent per kilometer over de 12.000 thuisgeladen kilometers.
De overige 20 procent laad je onderweg, en daar betaal je het volle tarief. Reken je die 3.000 kilometer tegen een gemiddelde van 60 cent per kWh, dan komt het gemiddelde over alle kilometers uit op zo’n 3 tot 4 cent per kilometer aan laadkosten.
Waar het misgaat
- Geen eigen oprit. Wie afhankelijk is van openbare laadpalen, mist zowel de dynamische prijs als de ERE-vergoeding. Elektrisch rijden blijft dan voordeliger dan benzine, maar het verschil is kleiner.
- Veel snelladen. Wie veel lange afstanden rijdt, betaalt onderweg het hoogste tarief. Een abonnement bij een snellaadnetwerk kan dan lonen.
- Een laadpaal zonder MID-meter. Dan valt de ERE-vergoeding weg. Bij veel merken bestaat dezelfde paal met en zonder geijkte meter; het artikelnummer geeft uitsluitsel.
- De ERE-prijs schommelt. In het voorjaar van 2026 lag de prijs nog rond de 50 cent per ERE, in oktober op 39 cent. Reken niet met de prijs van nu voor de komende jaren.
Conclusie
Elektrisch rijden kost tussen de 2 en 12 cent per kilometer, afhankelijk van waar en wanneer je laadt. Wie thuis laadt, op de juiste uren en met een MID-laadpaal die ERE-certificaten oplevert, rijdt voor een paar cent per kilometer. Wie vooral snellaadt, zit dicht bij de kosten van een zuinige benzineauto. De laadpaal op de oprit is daarmee misschien wel de belangrijkste factor in de totale kosten van een elektrische auto.







