De juiste spanband kiezen: zo zet je lading op en achter je auto veilig vast
Een motor op de aanhanger, een kast in de stationwagen of een dakkoffer vol kampeerspullen: wie iets vervoert, moet het goed vastzetten. Lading die verschuift, maakt je auto onvoorspelbaar in bochten en bij remmen, en lading die van een aanhanger valt, is levensgevaarlijk voor het verkeer achter je. Een spanband is het eenvoudigste hulpmiddel om dat te voorkomen, maar niet elke spanband is voor elke klus geschikt. Waar let je op?
Klemsluiting of ratel?
Spanbanden zijn er grofweg in twee uitvoeringen. Een spanband met klemsluiting trek je met de hand aan; de gesp klemt de band vast. Dat is ideaal voor lichte lading, zoals bagage op een dakdrager, een fiets of een paar dozen in de kofferbak. Een spanband met ratel spant je met een hendel. Daarmee bouw je veel meer spankracht op, en dat heb je nodig voor zwaardere of grotere lading op een aanhanger, zoals een motor, een grasmaaier of bouwmaterialen.
Breedte en sterkte: kijk naar het label
De breedte van de band zegt veel over de toepassing. Banden van 25 millimeter zijn geschikt voor lichte tot middelzware lading, 35 millimeter is een stevige middenklasse en 50 millimeter is bedoeld voor zware lading en grotere aanhangers. Kijk daarnaast altijd naar het label. Daarop staat de LC-waarde (lashing capacity) in daN: de kracht die de band bij het sjorren veilig mag opnemen. Dat is iets anders dan de breeksterkte, die veel hoger ligt maar geen werkwaarde is. Kies een band waarvan de LC past bij het gewicht van je lading, en gebruik altijd meerdere banden in plaats van één.
Lengte en uiteinden
Meet vooraf hoe lang de band moet zijn: van sjoroog naar sjoroog, over de lading heen. Een te korte band span je niet goed aan, een veel te lange band levert losse einden op die gaan wapperen. Tweedelige banden met haken zijn handig om aan de sjorogen van een aanhanger te bevestigen. Een eindloze band, zonder haken, sla je in een lus om de lading of om een frame.
Een motor vervoeren op de aanhanger
Een motor is een van de lastigste ladingen, omdat hij hoog en smal is. Zet het voorwiel in een wielklem en gebruik minimaal twee, liever vier spanbanden met ratel. Bevestig ze schuin naar voren en naar achteren, zodat de motor in alle richtingen vastzit. Span de voorvering iets in, maar druk hem niet volledig in. Gebruik zachte lussen om stuur of frame, zodat de haken het lak niet beschadigen, en leg bescherming waar de band over scherpe randen loopt.
Controleer je banden voor elke rit
Een spanband slijt. Controleer de band op inkepingen, rafels en brandplekken, en kijk of de ratel soepel werkt en niet roest. Is het label onleesbaar geworden, dan weet je de sterkte niet meer zeker en vervang je de band. Wie vaak buiten of in de regen werkt, heeft baat bij een ratel van RVS. Bewaar banden droog en opgerold, uit de zon. Controleer onderweg na de eerste paar kilometer of alles nog strak zit; lading zakt vaak iets in.
Tot slot
Met de juiste combinatie van sluiting, breedte en lengte zet je vrijwel alles veilig vast. Twijfel je welke band bij je lading past, kies dan liever een maat zwaarder. Een ruime keuze in breedtes, lengtes en kleuren vind je bijvoorbeeld in het assortiment spanband met ratel bij IJzerwarenwebshop, van lichte 25 mm-banden tot zware 50 mm-uitvoeringen voor de aanhanger.






